Posts tonen met het label oproer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oproer. Alle posts tonen

12 januari 2018

Over o. m. Pio Nono, de afschaffing van het dagbladzegel en de lente

15 April 1869
Heden is het officieel bekend geworden dat mijn neef Jacob Mulder de plaatsvervanger bij de Hr. A. van Hoboken & Zn is geworden van mijn Oom P. Knegtmans als boekhouder, welke zich terugtrekt om zijn ouden dag door te brengen met zijn zuster, mijn tante Antje Steendijk.
— Deze zal zijn huishouden waarnemen zoolang het duurt, want die twee loopen zoo wat naar de 70. —

’t Was den 11e dezer voor een protestant een wonderlijk gezigt zooveel vlaggen te zien uitgestoken ter eere van Zijne H. Pio Nono.
Zooiets alsof de Koning jarig was en nog meer.
De meesten waren in de buurt van de Weste Wagenstraat & dwarsstraten.
— De kerken natuurlijk opgeschikt met bloemen, chassinets etc.
Als ze niets ergers deden die Heeren dan zou ’t nog gaan, maar ’t wordt me soms zoo vreemd te moede wanneer (ik) die aanmatigende toon van die lui hoor.
— Vroeger naauwelijks geduld & nu willen ze de baas spelen.
— ’t Drijven is nu de openbare school te annihileeren.
De domper erop en dan de baas spelen over het domme gemeen.
— Hunne kerken verrijzen als paddestoelen & kon het zijn ze zouden de Inquisitie er ook nog wel bij nemen.

Van ’t zoogenaamde oproer gaan de verhooren nog steeds de gewoone (slakken)gang.
— De V. is nog niet gevonnisd, nog zelfs niet openbaar teregtgesteld.
— Zoodoende heeft hij al een aardige straf voor zich beet.

We zijn er eindelijk met de afschaffing van het dagbladzegel*) doorheen.
— Met primo Junij zullen de dagbladen eerst in hunne volle bloei verschijnen & ’t publiek een heele berg nieuws door te werken hebben, willen ze op de hoogte van hun tijd blijven. —

Ingeplakte prent 'Vrij van Zegel', uit de Purmerender Courant na afschaffing van het Dagbladzegel, 1869

En wat het beste nieuws nog is, is de verschijning van de Lente.
— Dat heerlijke woord heeft een heerlijke beteekenis als we de boomen aanzien.
— Een “Ode” aan haar schrijven laat ik voor anderen over en verlustig me liever te zien hoe met elke dag die groene tint als der takken aangeblazen wordt.
Vreemder gezigt kwam mij nimmer voor als zondag l.l.
— De warmte was bepaald een zomerwarmte en toch de boomen als kwamen ze uit het hooge noorden.
De hemel italiaansch, de zon warm en het lommer absent.
— Dit is na eene malsche regenbui een weinig in evenwigt gebragt.
— En wat zal ons die nieuwe tijd geven, afwachten dat is een waar woord en een goed woord want met ongeduldig verlangen komen we toch niet verder.
Mijn wensch, of die vervuld wordt.
— Maar de volgende bladen zijn nog blanko & geven mij nog weinig te lezen.
— Als het eens vol zou zijn dan hoop (ik) het beeld van die lente daar ook in te mogen lezen.

*) Over het dagbladzegel:
Het dagbladzegel was een zegel waarmee in de negentiende eeuw middels het zegelrecht belasting werd geheven op dagbladen.
Een stempel op de krant gaf aan dat het dagbladzegel betaald was.
De belasting werd tijdens de Franse bezetting ingevoerd. In Nederland was dat in 1812.
In de loop van de negentiende eeuw werd het zegelrecht ook uitgebreid naar advertenties.
Door de extreme hoogte van deze belasting, de belasting bedroeg in 1832 tweeënhalve cent, waren kranten slechts voor een rijke elite beschikbaar.
Bovendien belemmerde de regeling het oprichten van nieuwe dagbladen.
Vele courantiers gebruikten de vrijstelling voor kleine bladen, door uitgifte van 'lilliputterpers', veelal oppositionele periodiekjes op zeer klein formaat.
De overheid maakt in 1845 aan deze praktijk een einde door voortaan elk formaat te belasten.
Het protest tegen de maatregel wordt vanaf circa 1850 steeds luider.
In 1867 wordt het anti-Dagbladzegel-verbond opgericht.[1]
In 1869 brengt Pieter Philip van Bosse de wet tot afschaffing van het zegelrecht op gedrukte stukken en advertenties in nieuwspapieren tot stand.[2]
Koning Willem III, bevreesd voor politieke onruststokerij door dagbladen, probeerde de Eerste Kamer nog te bewegen het wetsvoorstel te verwerpen.
Maar mede onder druk van de protesten schaft de overheid het dagbladzegel per 1 juli 1869 af.[3]
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Dagbladzegel

8 mei 2015

1 Novbr 1868: oproer o.l.v. Jb de Vletter

1 Novbr 1868
            Wat een beweging in de Stad. Er is zoo een klein oproer daar we niet aan gewoon zijn. — Kleine oorzaken hebben groote gevolgen, dat ziet men nu weer. Sedert eenigen tijd heeft zekeren Jb de Vletter zich in ’t hoofd gesteld een man des volks te worden, in sommige dingen reüsseerde hij zoo als het verkrijgen van kosteloze zweminrigting & c. Dit maakt hem zeker zoo stoutmoedig althans om eenige schijnbaar nietige reden het verbod aan groenteboeren om hunnen waar anders dan op aangewezen plaats te lossen, heeft hij uitgewerkt & gepousseerd tot een openbaar schandaal & verzet tegen de politie. Donderdagavond eene kleine oploop voor zijn huis. Vrijdagavond eenen wandeling door de stad met sinjeur voorop. — Na hem thuisgebragt te hebben kwam er een samenscholing voor ’t bureau van politie Kaasmarkt. Hier verloren een paar glasruiten hun bestaan. Eene betrekkelijk geringe schermutseling met de politie deed hieraan een eind komen. —
            Gisteren was dit standje over ieders tong. — Sommigen meenden het hiermee zoude afgelopen zijn. Anderen echter voorspelden een erger tumult tegen den avond. Overdag was het bedaard. —
Tegen 8 uur begon de Hoogstraat het aanzien te bekomen als werd het Oranjefeest nogmaals herdacht. De meeste & voornaamste winkels hadden hunne kasten gesloten. — De aandrang van volk werd steeds grooter echter zeer bedaard. Lagchend & pratende & niets ziende ging het grootste deel of volgde een troep zingende jongens. — Hun eigenaardig gezang zijnde slechts het woord “hoed” regelmatig uitgesproken klonk als een trommelmarsch afgewisseld met bekende kermisdeunen. Dit woord had betrekking op het hoofddeksel dat gedragen werd door de sedert een jaar bestaande nieuwe politieagenten tegen wien de demonstratie gold. — De V. had zich dezen avond thuis gehouden. Tegen 10 uur dacht (ik dat) alles was afgeloopen. Nieuwsgierigen & liefhebbers van standjes in hunne verwachting teleurgesteld, gingen zoetjes naar huis. —

Zoo zat ik ook thuis & dacht alles afgeloopen te zijn. — Het verlangen om te zien of onze stoomboot [Kinghorn] welke die avond zoude vertrekken, reeds gereed was, dreef mij de deur even uit. In ’t terugkomen nam (ik) mijn weg langs de Groote Markt. — ’t Was stil. — Maar op de Hoogstraat zag ik van verre dat ’t nog niet pluis was. — De Lamsteeg was vol menschen, zoodat (ik) niet konde passeeren. De Stadhuissteeg een eind verder was minder bezet & begaf mij alzoo naar de Kaasmarkt waar een tooneel werd afgespeeld voor het politiebureau. Er digt bij te komen zoude tot niets geleid hebben dan ontvangen van stok- en sabelslagen, ik hield me dus op eene behoorlijke distantie vanwaar (ik) het rinkelen der gesneuvelde glasruiten als een lange hagelslag duidelijk kon hooren. Een uitval der politie deed het volk voor een poos uiteenstuiven naar de plaats waar ik mij bevond. — Het kwam mij geraden voor de verdere uitslag niet bij te wonen daar ’t middernacht was. —

            Hedenochtend vernam (ik) de verdere afloop. — De strijd was pas begonnen. — Het volk rukte van een nabijzijnd in aanbouw pand de stellingppalen & planken weg en liepen (sic) daarmede de deur van het bureau open. — Als een zee stroomde het volk erin waarop een hevig gevegt plaats greep. De politie werd langzamerhand naar boven gedrongen totdat de eerste verdieping vol vagabonders geraakte welke de registers verscheurden. (Of dit waar is zal later wel blijken.) Vier uur heeft het gevegt daar geduurd toen er redding kwam opdagen. De Huzaren, kwamen uit den Haag de Kipstraat opgereden en in volle vaart op het janhagel in dat als kaf voor de wind werd verjaagd. —

Te 10 uur heb (ik) het Champs de bataille in oogenschouw genomen. Dooden of gekwetsten waren er niet te zien. — De laatsten zijn in massa naar het gasthuis gebragt. — Of er gedood zijn geworden & hoeveel is nog niet regt helder. — ’t Was een droevig tafreel. Al de glasruiten van het politiebureau & stadhuis zijn stuk. — Op vele plaatsen de straat opgebroken & steenen ordeloos verspreid. — Gordijnen aan flarden, lantaarn stuk. afgebroken door een vervroegde ouderdom. In een woord: ’t is naar. — Daarbij zijn de nieuwsgierigen [zoo als ik] weder even talrijk als gisteravond, maar de Huzaren weten er wel raad op & houden de troep steeds in voortgaande beweging. — Men hoort zoo als altijd veel & verschillend praten, maar oogenschijnlijk is dit heele schandaal een onwil tegen de politie op aanraden van enkele “Mannen des volks”, die zoo als ze zeggen niet getyranniseerd willen worden. Andere lieden met bijbedoelingen profiteeren van om in troebel water te visschen, want volgens bijstanders zouden ze de schatkist hebben gezocht. Zeker op een plaats waar ze niet te vinden is. —
            Hoe dan ook, ’t is een onaangename zaak & zal per slot van rekening de stad een aardige duit geld kosten. — Hoeveel soldaten er zijn weet ik niet. — Onder kerktijd, ca 11 uur, kwam er eene versche aanvoer grenadiers, die in ’t Oude manhuis zijn gekaserneerd.— De Teekenakademie waarvan de jongelui een werkzaam deel in ’t standje hebben gehad zal voorlopig worden gesloten. —
            Men wil weten dat een 80 tal polderjongens van de Cellulaire gevangenis juist waren afbetaald en er het meest aan deelgenomen hebben. 1) zie noot.

Na bovenstaand te hebben geschreven ben (ik) de stad weder ingegaan. — De Kaasmarkt was afgezet door Huzaren. — Overal bezig met glasen maken; tegen elk raam een ladder. — De starten zijn reeds gemaakt. — Tegen 3 uur is de V. gearresteerd. — Hij heeft de deur laten intrappen en is toen gewillig medegegaan, blootshoofds, zonder jas of vest & op zijn pantoffels. Geescorteerd door eenige huzaren. — ’t Geheel moet een theatraal effect gesorteerd hebben. —
            Overigens is het tamelijk rustig. – We hebben nu Huzaren, grenadiers, jagers, schutters & mannen van de weerbaarheid om op ons te passen. —

Noot 1. Houwens heeft het hier over ‘een 80-tal polderjongens van de Cellulaire gevangenis’.
Die ‘polderjongens’ waren geen gevangen, maar bouwvakkers. Vandaar de opmerking ‘juist waren afbetaald’.
De Cellulaire gevangenis is de in aanbouw zijnde gevangenis aan de Noordsingel, de eerste cellulaire gevangenis in Nederland. Daarvoor bestonden gevangenissen uit een ruimte waar de veroordeelden gevangen werden gehouden.